HomeActueelBlogKim van Dijk, neuroloog: ‘Dit ziekenhuis zet altijd net dat stapje extra’
Kim van Dijk, neuroloog: ‘Dit ziekenhuis zet altijd net dat stapje extra’
17 december 2025
“Mensen vragen mij wel eens waarom ik in Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis werk. Mijn antwoord is altijd hetzelfde: ‘Het is een heel bijzonder ziekenhuis’. Ik ben niet de enige die zo denkt. Ook veel van mijn patiënten vertellen mij dat ze de zorg hier zoveel beter ervaren dan in andere ziekenhuizen. Ze voelen zich hier gezien en gehoord, en vaak zeggen ze dat het ziekenhuis een fijne, persoonlijke sfeer heeft. Maar wat is dat ‘extra stapje’ waar iedereen het over heeft? Zelf heb ik dat stapje extra niet alleen als arts gezien, maar ook als patiënt. Het is inmiddels bijna vier jaar geleden dat ik hier als patiënt in het ziekenhuis lag, samen met mijn zoontje die vijf weken te vroeg geboren werd. Wat mij toen opviel, was de zorg en aandacht die we hier kregen. De verpleegkundigen maakten elke dag even tijd om naar mij toe te komen, gewoon om te vragen hoe het met mij ging. Ze waren oprecht geïnteresseerd, professioneel én gepassioneerd. En toen gebeurde er iets heel bijzonders, iets dat voor mij het ‘extra stapje’ letterlijk bewijst. Op een middag liep ik door de gang op de afdeling en zag ik een onzekere tiener voorzichtig schuifelen. Hij had recent een insulinepomp gekregen, maar had er weinig vertrouwen in. Het was duidelijk dat hij zich ongemakkelijk voelde. Wat er toen gebeurde, is typisch voor de sfeer in ons ziekenhuis. Drie verpleegkundigen zagen de jongen en liepen naar hem toe. ‘Kom, ren maar eens een rondje over de gang!’ zeiden ze tegen hem, maar de jongen reageerde angstig. ‘Nee, nee!’ zei hij, terwijl hij er nerveus bij keek. In plaats van hem met rust te laten, gaven de verpleegkundigen niet op. Eén van hen deed een handstand tegen de muur. ‘Nu jij!’ zei ze vrolijk. Na even aarzelen deed de jongen het, en de insulinepomp bleef netjes op zijn plek zitten. De gang stroomde vol met patiënten, familie en verpleging, die allemaal stonden te applaudisseren voor de jongen. Hij verdween daarna, met een verlegen glimlach op zijn gezicht, zijn kamer in – en ik weet zeker dat hij zich veel zekerder voelde over zijn insulinepomp. Over een stapje extra gesproken – letterlijk en figuurlijk!”
Zelf heb ik dat stapje extra niet alleen als arts gezien, maar ook als patiënt. Het is inmiddels bijna vier jaar geleden dat ik hier als patiënt in het ziekenhuis lag, samen met mijn zoontje die vijf weken te vroeg geboren werd. Wat mij toen opviel, was de zorg en aandacht die we hier kregen. De verpleegkundigen maakten elke dag even tijd om naar mij toe te komen, gewoon om te vragen hoe het met mij ging. Ze waren oprecht geïnteresseerd, professioneel én gepassioneerd.
En toen gebeurde er iets heel bijzonders, iets dat voor mij het ‘extra stapje’ letterlijk bewijst.
Op een middag liep ik door de gang op de afdeling en zag ik een onzekere tiener voorzichtig schuifelen. Hij had recent een insulinepomp gekregen, maar had er weinig vertrouwen in. Het was duidelijk dat hij zich ongemakkelijk voelde. Wat er toen gebeurde, is typisch voor de sfeer in ons ziekenhuis.
Drie verpleegkundigen zagen de jongen en liepen naar hem toe. ‘Kom, ren maar eens een rondje over de gang!’ zeiden ze tegen hem, maar de jongen reageerde angstig. ‘Nee, nee!’ zei hij, terwijl hij er nerveus bij keek. In plaats van hem met rust te laten, gaven de verpleegkundigen niet op. Eén van hen deed een handstand tegen de muur. ‘Nu jij!’ zei ze vrolijk. Na even aarzelen deed de jongen het, en de insulinepomp bleef netjes op zijn plek zitten.
De gang stroomde vol met patiënten, familie en verpleging, die allemaal stonden te applaudisseren voor de jongen. Hij verdween daarna, met een verlegen glimlach op zijn gezicht, zijn kamer in – en ik weet zeker dat hij zich veel zekerder voelde over zijn insulinepomp. Over een stapje extra gesproken – letterlijk en figuurlijk!”