Plons!

Ik kon onmogelijk boos zijn op mijn toen zesjarige dochter. Welke oen wikkelt dan ook zijn sleutelbos én telefoon in zijn handdoek en legt deze op de steiger voordat hij eraf duikt. Mijn dochter die eerder uit het water was dan ik had rillend diezelfde handdoek om zich heen geslagen. Mijn telefoon balanceerde nog op het randje. De kring in het troebele, bruine water was de bevestiging dat mijn sleutelbos op de bodem lag. Onvindbaar.

Ik ben chirurg en hou echt van mijn vak. Ik kan voldoening halen uit het perfectioneren van de “standaard” chirurgie, maar merk dat ik net dat beetje extra voel als ik een probleem heb opgelost waarbij ik buiten de gebaande paden heb moeten treden. Als ik met creativiteit in plaats van protocollen de puzzel heb gelegd. Datzelfde vonkje zag ik de volgende dag bij de medewerker van de technische dienst die ik vertelde over mijn gezonken sleutelbos. “Geef me even” zei hij en kwam niet veel later met een magneet aan een lang touw terug. “Van een deurstopper. Die had ik nog ergens in een la liggen”. ‘s Avonds viste ik samen met mijn dochter triomfantelijk mijn sleutelbos uit de drek.

Ik kan me voorstellen dat de collega van de beveiliging hetzelfde had toen hij mijn sporthorloge vond. Terwijl ik me al bijna verzoend had met het feit dat ik mijn stappen handmatig zou moeten gaan tellen, had hij met wat grasduinen door mijn horloge via mijn gebruikersnaam, mijn e-mailadres achterhaald. De volgende dag las ik in mijn inbox dat mijn horloge bij de receptie afgehaald kon worden.
Of de gipsverbandmeesters die glunderend hun oplossing presenteerden voor de patiënte met dementie, met een gebroken hielbeen. Wij dokters zaten met de handen in het haar, omdat zij elke keer vergat dat ze absoluut niet op de breuk mocht staan. Zij hadden ergens een stalen beugel vandaan geritseld, deze gebogen en in het gips verwerkt waardoor de hiel onbelast bleef terwijl de patiënt er vrolijk op rond stapte.
Of Pieter, de anesthesiemedewerker die van twee afgedankte infuuspalen en een oude vishengel een inmiddels onmisbare “doekenophouder” fabriceerde in zijn eigen garage.

Oplossingen zien waar anderen vastlopen en improviseren binnen je eigen expertise. Daar zit de lol, voor mij, maar volgens mij voor veel meer mensen. De kunst is alleen om elkaar te blijven vinden: dat problemen de oplossers tegenkomen, en oplossers de problemen herkennen. Iets waar ons ziekenhuis zich uitstekend voor leent. En iets wat we, in deze digitale revolutie, steeds bewuster moeten koesteren en bewaken.